Wijninfo



WIJNBOUWERS IN PUGLIA en omgeving


Puglia wordt de laatste jaren als "de rijzende ster van de Italiaanse wijnbouwgebieden" betiteld en heeft veel kwalitatieve, smakelijke en frisse wijnen. De wijnen van enkele specifieke druivensoorten uit deze regio en omgeving vindt u bij SMAAK VAN PUGLIA. Onderstaand leest u meer informatie.


Ruim twee eeuwen wijnbouwkennis
De wijnbouw in de ‘kelder van Italië’ bestaat al sinds de Grieken ruim 300 voor Christus. De Romeinen bouwden het uit en zetten de export op. Lange tijd echter konden de Zuid-Italianen niet profiteren van hun wijnbouwkennis: door de armoede in het zuiden van Italië trokken veel mensen naar het noorden waar veel meer welvaart was - wat overigens nog steeds zo is. In het zuiden hadden de mensen niet de mogelijkheid om zelf de druiven te verwerken tot wijn. De druiven werden verkocht aan Frankrijk, Duitsland en naar Noord-Italië om de wijn in die landen in "magere wijnjaren" aan te sterken. Door het warme klimaat hadden de Puglia-druiven een hoog suikergehalte, resulterend in een hoger alcoholpercentage.

In de laatste tien jaar zijn enkele wijnbouwers uit Puglia aan de slag gegaan om de volledige vinificatie zelf te doen, inclusief het bottelen. Lag de nadruk in het begin nog vooral op mengwijn (net als bij de Romeinen destijds), nu zie je steeds meer wijnen van pure, autochtone druivensoorten. Inmiddels is het aantal hectare wijnbouw in Puglia ruim boven de 125.000. Het gebied heeft naar zeggen en schrijven inmiddels de dichtste concentratie aan wijnstokken ter wereld en verreweg de grootste wijnproductie van alle Italiaanse regio’s.


Op de hooggelegen wijngaarden blijken de druiven langzaam te rijpen. Dat is goed voor de wijn bij zo’n felle zon. De invloed van de zee is zeer dominant, in de vorm van krijt en kalkbodems, als fossiele schelpjesrestanten die het zoute water er ooit achterliet. De eindeloze muurtjes van witte stenen, aangelegd door de plaatselijke boeren om het land te kunnen bewerken, zijn daar getuige van. De roestkleurige aarde van de laagvlaktes typeert de wijnbouwakkers.

De wijnbouwers in Puglia hebben vooral veel geïnvesteerd in moderne apparatuur en daarmee is het mogelijk geworden om wijnen te produceren die in de smaak vallen bij de moderne wijndrinker. Typerend is dat de prijzen, vergeleken met Franse wijnen en wijnen uit het veel bekendere noorden van Italië, laag blijven en zeer betrouwbaar zijn wat betreft smaak. Slechte jaren kent dit gebied nauwelijks, door het gelijkmatige, warme klimaat in deze regio.



PUGLIESE DRUIVENSOORTEN en meer


In "de hak van de laars" is het zomers heel warm en vaak erg droog. In de wijnen uit Puglia proeft u duidelijk dat ze uit een warm klimaat komen: ze zijn zwoel en vol van smaak, maar hebben eveneens de heerlijke karakteristieke smaak van Italiaans fruit. De druiven worden snel geoogst (drie tot vier weken eerder in vergelijking met andere wijnlanden en het noorden van Italië), op het moment dat suikers en zuren de goede verhouding hebben bereikt. Andere kenmerken van de wijnen: de veelal zeer donkere kleur (zowel bij rood, wit als rosé), de rijke neus met rijp fruit, tabak, kruiden en (indien op hout gerijpt) eiken. De wijnen zijn in de mond vol, warm en zacht, met een mooie structuur. In veel Puglia-wijnen vindt u het bekende "kruidige zoete bittertje", gevolg van de vele zonuren in de Zuid-Italiaanse regio. Primitivo is de bekendste druivensoort van Puglia. Druivenrassen die naast Primitivo goed aarden in de warmte zijn: Negroamaro (portachtig) en Malvasia (zondoorstoofd).


Primitivo
Historie - Primitivo was voorheen voornamelijk een mengwijn, krachtig met flink wat alcohol (14-14,5%). Nu staat de wijn bekend als verleidelijke, zoete wijn, vol rijpe tannine en robuust. Lange tijd werd de Primitivo-druif enkel gebruikt als smaak- of kleurversterker voor andere, minder stevige, rode wijnen. In eerste instantie voor veel Franse en een aantal Duitse wijnen, later voor veel Italiaanse wijnen uit het noorden. Begin jaren negentig van de vorige eeuw begonnen Pugliese wijnmakers met het produceren van echte Primitivo-wijnen. De eerste jaren leidde deze een vrijwel onbekend bestaan, maar langzaamaan kwam de erkenning van de Primitivo in een stroomversnelling. Vandaag de dag is er zelfs sprake van een erg modieuze druif. De moderne technieken hebben enorm geholpen tot de beschaving van de Primitivo-druif. Er is nu sprake van een elegante, soepele en intens smakende wijn van een aanbevelingswaardige kwaliteit. Kenmerken zijn vooral kersen, kruidige specerijen en chocolade met een bittertje.

Eigenschappen - De Primitivo-druif is een vroegrijpe blauwe druif die voornamelijk in Puglia groeit, de hiel van de laars aan de Adriatische zee. Het betreft een kleine druif die zoals gezegd goed tegen droogte en warmte kan. Recentelijk wetenschappelijk dna-druivenonderzoek heeft uitgewezen dat de druif zeer verwant is aan de Zinfandel in Californië en de Plavac Mali in Kroatië - en er vinden op dit moment ook enkele experimenten plaats op wijnakkers in Zuid-Amerika. De oorsprong van de "echte druif" is al jaren onderwerp van een welles-nietes spel tussen Italië en de VS. Inmiddels wordt aangenomen dat de Primitivo de moederdruif is, omdat het Pugliese klimaat in tegenstelling tot dat in Californië in al die jaren nauwelijks is veranderd - nu is er sprake van een identiek klimaat. Wel heeft het recentelijke succes van de Zinfandel voor een enorme opwaardering van de druif in het algemeen gezorgd.


Proefnotitie - De proefnotitie van een gemiddelde Primitivo is als volgt: het betreft een erg fruitige wijn qua neus, maar vluchtig, na walsen van het glas komt meer een bouquet vrij waarin u rijp zwart fruit ruikt. De smaak is fijn en zacht, kersen met ronde tannines, gecombineerd met een lichte kruidigheid. De afdronk garandeert zeer zeker de gewenste body. Het betreft een wijn om echt voor te gaan zitten, maar nog beter is 'm te drinken tijdens het dineren. Bijvoorbeeld in combinatie met lekkere kazen, een stevig stuk vlees of een smakelijke, volle pasta.

Opgemerkt - Volgens de Italiaanse wijnwetgeving mag deze wijn voor 85% uit Primitivo-druiven bestaan en voor 15% uit andere druivensoorten (veelal Sangiovese), dan nog mag er "Primitivo" op het etiket prijken. Die overige 15% maakt een wereld van verschil, afhankelijk van welke druivensoort daarvoor wordt gebruikt. SMAAK VAN PUGLIA heeft een jonge 100% Primitivo van Cantine Lizzano en een wat oudere (op hout) van Cantina Brancasi. I 7 Vizi Capitali produceerde nog een oudere Primitivo, langer op hout gelagerd. Maar helaas heeft dat wijnhuis de wijngaarden verkocht en wordt die wijn niet meer gemaakt. We hebben van dit deze wijn nog enkele wijnen voor de echte liefhebber (december 2011, red.). Maar we hebben ook een aantal Primitivo-blendwijnen. Tot slot geldt voor wat betreft de kleur van de Primitivo: hoe ouder, hoe donkerder neigend naar amber. Het aroma en de smaak wordt meer en meer van overrijpe kersen. Wij adviseren een (vooral wat oudere) Primitivo te decanteren, op die manier komt er meer geur vrij en u ziet ook gelijk of er wat droesem in de fles zit. Meest bekende Primitivo-wijn is Primitivo di Manduria DOC - ook te vinden in het assortiment van SMAAK VAN PUGLIA.


Negroamaro
Historie - De meest aangeplante wijndruif is Negroamaro. Waar in Nederland met name de Zuid-Italiaanse druivensoort Primitivo bekendheid geniet, is de koning van druiven in Zuid-Italië zélf: de Negr(o)amaro. De Negroamaro-druif is de grote overlever van het zuidelijk gelegen Salento in de regio Puglia. Vandaag de dag is daar ongeveer 75.000 hectare aangeplant met Negroamaro-druiven en daarmee beslaat deze druif 60 tot 70 procent van de totale wijngaarden van regio Puglia - er wordt zelfs gezegd dat dit percentage nog hoger is! Over de herkomst van de Negroamaro-druif is weinig bekend; er zijn geen sporen in oude geschriften. Belangrijkste reden hiervoor: niemand interesseerde zich specifiek in “de lokale wijn”. Maar algemeen wordt aangenomen dat de druif via Albanië uit Griekenland afkomstig is en verwant aan de wijdverspreide Griekse Xinomavro-druif. De Negroamaro heeft zicht echter sterk ontwikkeld in het snikhete Puglia. De druif was (en is) de lieveling van de wijnbouwers in Puglia. Waarom? De productie is stabiel, de druif is goed bestand tegen ziektes en kan tegen droogte (met de weinige regendagen in de zomer zeker geen luxe in Puglia).


Opgemerkt - De naam “Negroamaro” is afgeleid van het dialect “Niuru Maru”. De wijnen die op basis van deze druif worden gemaakt hebben meestal een zeer diepe, bijna zwarte kleur (negro). Ten tweede hebben ze in de afdronk een aangenaam bittertje (amaro) die perfect de fruitigheid compenseert. Het is opvallend dat deze druiven, ondanks de hitte, voldoende zuren behouden om de wijn in evenwicht te houden. De rode Negroamaro brengt diepe, krachtige wijnen voort met tonen van bramen. Niet op hout gelegen staat Negroamaro voor fruitige, jong drinkbare wijnen. Na contact met hout wordt de wijn zwaarder; perfect als begeleider van een serieuzere maaltijd. Bekende blends met andere druivensoorten zijn die met Montepulciano, Malvasia Nera of Primitivo. Opvallend met betrekking tot de oogst: van de Negroamaro-druif voor een dikke, volle wijn met een hoog alcoholgehalte is de pluk rond eind oktober, zelfs begin november. Voor een verfijnde en meer gebalanceerde wijn wordt er in de tweede helft van september geoogst en rijpt men de wijn in barrique. SMAAK VAN PUGLIA laat zien waarom het terecht is dat de Negroamaro de lieveling van de wijnbouwers in Puglia is.

Kenmerken: wijnstreek: Puglia / kleur van de schil: paarsblauw / vinificatiemogelijkheden: medium tannine, licht bitter, strakke smaak, zowel rood als zwart fruit, droge rode wijn / bewaarmogelijkheden: eiklagering meestal tussen 6 en 24 maanden, te bewaren tot 10 jaar na oogstdatum. Zonder hout: tot 4 jaar na oogstdatum / Aangenaam bij: pasta of risotto op basis van tomaten- of vleessaus, wit vlees zonder saus en met saus, rood vlees, gegrild of geroosterd, zonder saus.


Malvasia Bianca en Nera
Historie - De Malvasia-druif komt al sinds het begin van de wijncultuur voor. Er is een rode variant, de “Nera”, maar het is vooral de “Bianca” (witte druif) die bekendheid geniet. Samen met de muskaatdruif (Italiaans: Moscato) is de Malvasia een van de meest historische druiven. Ook in Nederland was de druif al vroeg bekend; in oude gemeentenotities is regelmatig over uitgaven voor de wijnsoort “malevezeien” te lezen. Duur en dus zeker niet voor iedereen. De wijn was dan ook afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, van de Griekse eilanden en van Sicilië. De naam van de wijn is afkomstig van het Byzantijnse fort “Monemvasia”, op de zuidwestelijke punt van de Peloponnesos. Het fort gaf zijn naam aan zowel de wijn als aan de druif. De meest oorspronkelijke witte druif vind je vandaag de dag vooral in het zuiden van Italië (Puglia), en verder zijn er varianten te vinden in Valencia, Zamora en de Canarische Eilanden - en sinds kort ook in Kroatië en in het Westen van Slovenië. De Malvasia Bianca is in Madeira de belangrijkste druivensoort, waar de soort onder de naam “Malmsey” door het leven gaat - tegenwoordig wordt daarmee uitsluitend de zoetste soort Madeira bedoeld.


Opgemerkt - Malvasia Bianca is een veel gekozen begeleider van gegrilde vis met knoflook en spinazie. De druif geeft aromatische en rijke wijnen met een opvallend en kenmerkend nootachtig karakter en aroma's van gedroogd fruit en sinaasappelschil. Door de eeuwen heen zijn de naam én het karakter gehandhaafd. Malvasia Bianca wordt gebruikt voor witte tafelwijnen, dessertwijnen en soms ook als blend. De rode druif Malvasia Nera is veel minder talrijk dan de witte. Vooral in Puglia tref je deze druif en wel in twee gedaantes: di Brindisi en di Lecce, beiden in het zuiden van de hak van de laars. Vaak wordt de druif geblend met Negroamaro, maar er zijn nu ook enkele wijnhuizen die een 100% Malvasia Nera hebben en een paar maken er ook een heerlijke dessertwijn van. Vanwege de overgevoeligheid voor kou en vocht wordt de Malvasia vaak ondergewaardeerd. SMAAK VAN PUGLIA bewijst dat dit zeker niet terecht is!

Kenmerken -  Malvasia Nera & Malvasia Bianca: wijnstreek Puglia, Friuli, Toscane, Lazio (wit) en Puglia (rood) / kleur van de schil: groengeel/goudgeel/rozig geel (wit) en blauw/paarsblauw (rood) / karakteristieken: vrij neutrale smaak, krachtig, vol, tikkeltje restsuiker, perfect voor zoete wijn (wit) en tanninerijk, krachtig, donker fruit (rood) / vinificatiemogelijkheden: onbeperkt voor zowel rood als wit, droog, zoet, stille wijn, mousserend / bewaarmogelijkheden: 5 tot 10 jaar na oogstdatum, tenzij mousserend / aangenaam bij: aperitief, gegrilde vis (met knoflook en spinazie), pasta, gevogelte en zoete wijn: dessert (wit), pasta met tomatensaus, rood vlees, antipasti (rood).


Chardonnay Salentino/Pugliese
Historie - De Chardonnay-druif komt zoals bekend over de hele wereld voor. Tocht is de Salentino/Pugliese variant anders dan de bekende Franse en dat is het gevolg van het opmerkelijke aanpassingsvermogen van de druivensoort wat klimaat en bodem betreft. De druiven werden in de jaren '80 aangeplant in Puglia en in die ruim dertig jaar is de Chardonnay gecultiveerd; anders zowel qua vorm als qua productie en smaak.

Eigenschappen - De Chardonnay Salentino/Pugliese is een vroegrijpe druif die resistent is tegen kou maar - nog belangrijker - ook tegen extreme warmte kan. Er is sprake van zowel stille wijnen als mousserende wijnen. De wijn van de Chardonnay-druif is zeer geschikt voor gelagerde rijping op eikenvaten vaten, die geeft algemeen een volle wijn met een stevig herkenbaar bouquet. Wijn met deze zogenaamde "houtopvoeding" krijgt qua smaak en afdronk sterke vanilletonen. Een jonge Chardonnay Salentino/Pugliese krijgt in deze klimaatzone een meloensmaak, maar nog vaker exotische vruchten, zoals ananas en mango.


Proefnotitie - In de neus van Chardonnay Salentino/Pugliese op eikenhouten vaten moet je goed zoeken om iets van hout te vinden. Het hout presenteert zich in een botersmaak, romig, maar toch nog fris genoeg; de typische zuren zijn nog in ruime mate aanwezig, maar met mate. Het doordrinkgehalte is zeer hoog. Eigenlijk dus meer een maaltijdwijn, waar je bij moet eten. Voor de hand liggend is een vette vis, zalm bijvoorbeeld. Wat betreft een jonge Chardonnay Salentino/Pugliese is er sprake van een toegankelijke wijn met een goudgele kleur en een groenzweem. De wijn heeft aroma’s van tropisch fruit, naast de bekende fraaie zuurgraad en een middellange afdronk. Serveersuggestie: vis, schaal- en schelpdieren, witte vleessoorten zoals gevogelte en varkensvlees en lichte kaassoorten.

Opgemerkt - Chardonnay Salentino/Pugliese kan een hoog alcoholpercentage halen, waarbij veelal geldt: hoe hoger het alcoholpercentage, hoe zoeter. Herkenbaar is ook de lange smaak en de "vettige" afdronk waardoor de wijn vooral bij zalmgerechten wordt aanbevolen. Het betreft - zowel bij de jonge wijn als die op hout - hier wijnen die je over het algemeen wat langer kunt bewaren. Bekend is dat de wijn qua kleur flink wat geler zal worden, maar de afdronk ook voller. SMAAK VAN PUGLIA heeft diverse soorten Chardonnay Salentino/Pugliese in het assortiment: jonge wijnen zijn die van Brancasi (Il Casale Chardonnay) en Angelini-Due Palme: Negro Negro Bianco. Wat oudere wijnen op hout zijn de Tinaia van Due Palme en de Invidia van I 7 Vizi Capitali. Van deze laatste hebben we nog een paar flessen van de laatste botteling uit 2010 (december 2011, red.). De wijngaarden van het wijnhuis zijn verkocht en de wijn wordt dus niet meer gemaakt. Ook hebben we nog een aantal blendwijnen op basis van Chardonnay, zoals de Marmorelle Bianco van Rubino, de Bianco Torretta van Lizzano. ten slotte hebben we een hele mooie Prosecco-achtige wijn op basis van Chardonnay Salentino/Pugliese, de Airone.

Het witte assortiment is verder zeer versnipperd. Echt lokale witte druiven zijn er niet. De Trebbiano en Bombino Bianco vind je verder veel.


Puglia telt ten slotte vijf grote wijnzones: Salento, Murge (Terra di Bari), Tavoliere (delle Puglie), Subappennino dauno (Daunia) en Gargano. De wijnen van SMAAK VAN PUGLIA komen op dit moment voornamelijk uit Salento, Murge en Tavoliere. Op termijn willen we ook wijnen uit de andere zones en gebieden aangrenzend aan Puglia in ons assortiment hebben; we zijn met diverse wijnhuizen in gesprek.





ITALIAANSE WIJNAANDUIDINGEN


Sinds 1992 heeft Italië de Italiaanse wijnwet Wet 164. Die wordt ook wel de Wet van Goria genoemd (afkomstig van de toenmalige minister van Landbouw). De nieuwe wetgeving wordt door veel wijnkenners beschouwd als de modernste en meest omvattende in Europa, gekeken naar de complete herkomstaanduiding van wijn. Doel van de wet is om het aantal geclassificeerde wijnen te vergroten, naast het uitoefenen van een controle op alle facetten van de wijnbouw.


De belangrijkste classificaties zijn: Vino da Tavola (VDT), Indicazione Geografica Tipica (IGT), Denominazione di Origine Controllata (DOC), Denominazione di Origine Controllata e Garantita (DOCG). De aanduidingen zijn zo gemaakt dat kopers van een wijn weten uit welke wijngaard een wijn komt en welke druiven er zijn gebruikt. Dat wil overigens niet zeggen dat een DOC-wijn beter is dan bijvoorbeeld een IGT-wijn.

VDT (Vino da Tavola)
Bij een anonieme tafelwijn die als Vino da Tavola wordt gekenmerkt, is eigenlijk alleen een vermelding van de kleur noodzakelijk. Noch de streek van herkomst, noch de druivensoorten staan op het etiket. Het zijn over het algemeen eenvoudige wijnen die in grote hoeveelheden worden geproduceerd.

IGT (Indicazione Geografica Tipica)
Een kwaliteitswijn met een gecontroleerde geografische aanduiding en eventueel gebruikte druivensoorten, die binnen nauwkeurige regels is geproduceerd - te vergelijken met de Franse Vin de Pays-term. De wijndruif moet bijvoorbeeld binnen een bepaalde kilometerstraal zijn geplukt, maar er is geen specifieke aanduiding van wijngaarden.

DOC (Denominazione di Origine Controllata)
Kwalificatie ingevoerd in 1963. Wijn van een bepaalde minimale kwaliteit met een gecontroleerde herkomstaanduiding (vergelijkbaar met de Franse AOC-wijnen), die binnen nauwkeurige regels is geproduceerd (denk aan: bepaald percentage druivenrassen, aanplanting druiven). Binnen de DOC-wetgeving worden in totaal bijna 400 druivensoorten onderscheiden. DOC-wijnen die vijf jaar lang van onvoldoende kwaliteit blijken te zijn, kunnen degraderen tot IGT-wijn. Maar dat doen wijnproducenten soms ook bewust: zij zijn er namelijk van overtuigd dat het eindresultaat van veel hogere kwaliteit is door het weglaten van een verplicht druivenras of juist het toevoegen van een niet toegestane soort. Hoewel het DOC-etiket dus ontbreekt, maken zij wijnen van hoge kwaliteit, die toch wel de erkenning krijgen.

DOCG (Denominazione di Origine Controllata e Garantita)
Echte topwijnen, met gelimiteerde gebieden en strenge regels. De wijnen worden gekeurd op smaak. Herkenbaar aan een kwaliteitszegel met nummering. De DOCG-status wordt bereikt na minstens vijf jaar goed te hebben gepresteerd als DOC-wijn. Net als DOC-wijn wordt een DOCG-wijn geproduceerd, gebotteld en gerijpt volgens strikte regels. Zo liggen de druivensoorten vast en is de productie gebonden aan een maximum of minimum. Er zijn op dit moment niet heel veel DOCG-wijnen.

Vino Novello
Zoals de Fransen de Beaujolais Primeur hebben, zo kennen de Italianen de Novello. Maar de Italianen zijn wat vlugger dan de Fransen: in Italië staan ze vanaf 6 november al te proeven van de wijn van het nieuwe oogstjaar. En met veel minder bombarie dan de veelal commerciële Beaujolais-hype. Ander verschil met de Franse nieuwe wijn: Novello’s zijn - veelal - ook na een jaar nog aardig op dronk. Novello betreft dus een rode primeurwijn (er zijn ook wel wat witte, maar niet heel veel) met een verfijnde, frisse smaak en een laag alcoholgehalte. Volgens de maceratie onder koolzuurmethode worden de druiven ongeperst in een roestvrijstalen kuip gestort, waaraan koolzuurgas wordt toegevoegd. Hierdoor volgt er een gisting binnenin de druif. Dit levert een fruitige wijn op, die direct na botteling drinkbaar is.

Het italiaanse wijnetiket
Op het Italiaanse wijnetiket staan in het algemeen de volgende elf punten:

® 1 Naam van de wijn - hieraan kunt u zien waar de wijn wordt gemaakt.
® 2 Classificatie: Vino da Tavola, IGT, DOC, DOCG - hieruit blijkt tot welke kwaliteitscategorie de wijn behoort.
® 3 Naam van het landgoed - de naam van het domein waar de wijn wordt geproduceerd.
® 4 Wijnjaar - belangrijk te weten uit welk jaar de wijn stamt, zo kunt u bepalen in wat voor ontwikkelingsstadium de wijn zich bevindt en wanneer deze ‘op dronk’ is.
® 5 Inhoud - volgens de richtlijnen van de EU staat op elke fles hoeveel centiliter wijn erin zit.
® 6 Botteling: gebotteld in de regio zelf of door de producent - deze informatie verzekert u ervan dat de wijn in de productiezone is gebotteld.
® 7 Naam van de producent of bottelaar - staat verplicht op het etiket vermeld.
® 8 Plaatsnaam: de plaats van botteling behorend bij nummer 6 en 7 - moet altijd zijn vermeld.
® 9 Registercodes - ingevoerd om u garanties te geven op het vlak van hygiëne en betrouwbaarheid.
® 10 Land van herkomst - ook deze informatie dient altijd te worden vermeld.
® 11 Alcoholpercentage - volgens de Italiaanse reglementen is de vermelding van het alcoholpercentage op het etiket verplicht.

Voorbeeldetiket van een SMAAK VAN PUGLIA-wijn.

Andere etikettermen: enkele Italiaanse termen die ook vaak op het etiket voorkomen: amabile/abboccato (milde, lichtzoete wijn met 10-20 gram restsuiker per liter); asciutto (droog); bianco (wit); chiaretto (rosé); classico (wijn uit het hart van het productiegebied); dolce (zoet); frizzante (mousserend); liquoroso (zware zoete wijn met een minimum alcoholpercentage van 16%, vooral geschikt als dessertwijn); passito (wijn van halfingedroogde druiven met een hoog suikergehalte); profumato (aroma, sterk boeket); riserva (wijn met een officiële rijpingstijd, die niet voor een vooraf bepaalde datum mag worden verkocht); rosato (rosé); secco (droog); spumante (champagneachtig, bruisende of mousserende wijn); en superiore (wijn met een hogere alcoholische waarde dan het voorgeschreven minimum).



GESCHIEDENIS VAN HET MAKEN VAN WIJN


Wijn gaat ver terug
Volgens de geschiedenis komt de wilde wijnstok Vitis vinifera - de wingerdsoort die wijndruiven produceert - oorspronkelijk uit de Kaukasus, het hooggebergte dat zich uitstrekt van de Zwarte Zee tot de Kaspische Zee. Bij opgravingen zijn kruiken van 7000 jaar geleden aangetroffen met wijnsporen. 3000 voor Christus bereikte de wijn Egypte. De oude Egyptenaren hebben ons vele afbeeldingen en wijnsporen nagelaten. Uiteindelijk bereikte de druivenstok Griekenland, circa 2000 jaar voor Christus. De kunst van het maken van wijn verspreidde zich daarna naar Italië, Frankrijk en Spanje. De wijnbouw kende vanaf 300 voor Christus onder de Romeinen een periode van grote bloei, totdat in de vijfde eeuw na Christus het Romeinse Rijk ineenstortte en de meeste wijngaarden werden vernietigd door Germanen en Moren. In het begin van de Middeleeuwen raakte de wijncultuur in verval, om daarna dankzij het christendom weer tot bloei te komen: elk klooster had een eigen wijngaard om miswijn te maken.


Tot in de 17e eeuw werd hoofdzakelijk jonge wijn gedronken. Door het gebruik van kurk werd het daarna mogelijk wijn langer in flessen te bewaren. Tegenwoordig komen er meer en meer wijnen die geen kurksluiting meer hebben (om bederving/kurksmaak te voorkomen) en worden die voorzien van een kunststofkurk of draaidop. Daardoor is het ook niet per se noodzakelijk meer om wijn liggend te bewaren (lees verderop)

Hoe wordt wijn eigenlijk gemaakt?
Kort samengevat ontstaat de wijndrank na de vergisting van het sap van druiven. Er zijn verschillende soorten wijn: rode wijn, witte wijn en roséwijn - daarnaast is er ook nog en mousserende wijn. In chemische zin bestaat wijn uit water, suikers, alcohol, resveratrol, quercetine, tannine en andere kleinere stoffen.

Rode wijn: om rode wijn te verkrijgen wordt druivensap gedurende een bepaalde periode (tegenwoordig tot twee weken) met de druivenschillen vergist. De kleurstoffen in de schil geven de wijn een rode kleur mee. Rode wijn kunt u drinken voor de lekkere smaak (het genieten van de smaak, het onderzoeken van de smaak en het proeven om te zien welke ingrediënten worden gebruik), of in combinatie met vlees, gevogelte of bepaalde vissoorten. Er zijn verschillende soorten rode wijn, meer of minder geurend, gekruid, gezoet, met sterke of zwakke smaak, en daardoor kan deze aan het gerecht worden aangepast - sterke wijnsmaken bij minder sterke gerechten en andersom, om optimaal van beide te kunnen genieten.

Witte wijn: witte wijn is een doorgaans licht- tot donkergele wijn. De smaak van witte wijn wordt in het spraakgebruik vaak aangeduid van droog tot zoet. Hiertussen liggen dan aanduidingen als halfdroog en halfzoet. Vaak heeft het te maken met het suikergehalte. Witte wijn wordt zowel van witte druivenrassen als van blauwe druivenrassen gemaakt. Om witte wijn van rode druiven te maken moeten de druivenschillen na kneuzing en persing onmiddellijk van het druivensap worden gescheiden. Zo wordt voorkomen dat de schil die wijn een rode kleur kan meegeven.

Roséwijn: rosé wordt voornamelijk gemaakt van het sap van blauwe druiven - sporadisch worden rode wijnen met witte wijnen gemengd om er een rosé van te maken. Rosé krijgt de roze kleur omdat de schillen minder lang bij het sap blijven dan bij de bereiding van rode wijn. Wanneer de wijnmaker tevreden is over de rosétint worden de druiven voorzichtig geperst en schillen en sap van elkaar gescheiden. Daarna begint de vergisting. Er zijn ook wijnmakers die de druiven niet vooraf weken, maar de schillen korte tijd laten meegisten. Het sap krijgt dan tijdens de vergisting de roze kleur. Hoe langer de schillen en het sap contact hebben, des te donkerder de kleur en des te krachtiger de smaak.

Dessertwijn: dessertwijn kan op twee manieren worden gemaakt: de eerste is die van druiven met een hoog suikergehalte/veel restsuiker, de tweede via een “versterking” met extra suiker/alcohol. De eerste methode maakt gebruik van veelal overrijpe druiven, die een hoge concentratie restsuiker bevatten. Dankzij het natuurlijke "nobel rot"-proces (vertaald van "botrytis cinerea"), waarbij de schil van de druif poreus wordt en geleidelijk het vocht uit de druif laat verdampen, wordt de suikerconcentratie, zuurgraad en fruitsmaak intenser. En dus zoeter. Versterkte dessertwijn maak je door toevoeging van extra suiker of wijnalcohol aan de gistende most. Deze ingreep veroorzaakt een acute fermentatiestop omdat de wijngistcellen door het hoge alcoholgehalte afsterven. Na de versterking wordt de wijn, soms jaren lang, gerijpt in eikenhouten vaten waar hij zich verder kan ontwikkelen tot een volle, geconcentreerde complexe en aromatische zoete wijn. Bij witte dessertwijn leidt dat tot een diepgouden kleur, bij rode dessertwijnen tot een donkere amberkleur. In beide gevallen is er een intens aroma met impressies van gedroogde abrikozen en een rijke, zoete smaak met een pittige afdronk. SMAAK VAN PUGLIA heeft van beide soorten dessertwijn een wijn in het assortiment: type 1 (restsuiker) is de MONTE MANCO DOLCE MADURIA van Cantine Lizzano (niet al te zoet, zelfs als "gewone" rode wijn te drinken, ook wijn in een fles van 0,75 liter). En type 2, de RUBINO ALEATICO van Cantina Luigi Rubino (0,5 liter fles, typisch voor het merendeel van de dessertwijnen, het wijnproces om tot deze wijn te komen is iets langer en daarom is de wijn duurder). In beide gevallen betreft het op een natuurlijke manier geproduceerde wijn.

Prosecco/mousserende wijn: mousserende wijn is wijn met bubbels. Denk aan Champagne en Prosecco. Deze soort wijn kan op drie verschillende manieren worden gemaakt: via de "methode traditionele" of de "cuve close". Maar het kan ook door kunstmatig koolzuurgas toe te voegen. In de eerste twee gevallen wordt begonnen door na de oogst op de normale manier witte wijn te maken. Bij de cuve close-methode wordt de wijn in een "grote gesloten kuip" gebracht (vandaar de benaming cuve close). Aan deze wijn wordt vervolgens een "liqueur de tirage" toegevoegd, een mengsel van wijn, suiker en gist. De wijn wordt gebotteld en voorzien van een tijdelijke afsluiting. In de afgesloten fles ontstaat nu een tweede gisting, waarbij een beetje alcohol wordt gevormd en koolzuurgas. Dit koolzuurgas zorgt voor de belletjes, de "mousse". Na een aantal weken of maanden rijping verplaatst het gistbezinksel zich naar de hals van de fles. De tijdelijke afsluiting en het bezinksel wordt daarna verwijderd en de flessen gaan voor de tweede keer naar de bottelruimte. De hals gaat heel even door een bad met een vloeistof van minus 20 graden Celsius. Het bezinksel bevriest, de capsule wordt verwijderd en door de koolzuurdruk schiet de ijsprop van bezinksel uit de fles. Hierbij gaat een beetje wijn verloren, waarna flesaanvulling plaatsvindt, via een zogenaamde "dosage". De samenstelling van de dosage verschilt per producent en het type wijn. Door het mengsel zoeter of minder zoet te maken kan de wijnmaker de wijnsmaak veranderen van extra dry (heel droog) naar brut (droog) naar demi-sec ( halfzoet). Nu komt de definitieve kurk op de fles. De twee Prosecco-achtige wijnen van SMAAK VAN PUGLIA worden via de cuve close-methode gemaakt: de DIONISO/CANULLI van Cantine Lizzano en de AIRONE van Cantina Brancasi. Beide wijnen zijn niet heel zoet of heel droog maar fruitig, waarbij de tweede iets voller en vetter is door gebruik van de Chardonnay-druif.


Wijn, staand of liggenD, bewaren of niet?
Kun je een wijn bewaren of niet? Soms staat het op het etiket aangegeven, maar heel vaak niet. Allereerst ligt het er aan welke stop er op de fles zit: een natuurkurk, een kunststof kurk of een draaidop. Witte en roséwijnen met een natuurkurk kunt u één - maximaal twee - jaar staand bewaren (kort liggend kan ook, maar bij voorkeur staand). Daarna loopt de smaak sterk terug. Dit geldt ook voor jonge rode wijnen. Ze kunnen beter niet plat liggen, want dan krijgen ze mogelijk een kurksmaak. Het beste is dus de fles rechtop zetten en snel op te drinken. Is er sprake van een rode wijn met eikenhouten ‘opvoeding’, dan is de wijn vaak bedoeld om langer en liggend te bewaren. Bij deze bewaarwijnen wijnen dient u enkele bewaarvoorschriften in acht te nemen, van belang om ze goed te houden. U moet ze bij voorkeur bij een gelijkmatige temperatuur (niet warmer dan achttien graden) bewaren. Ook mogen de flessen niet aan trilling worden blootgesteld. Eén keer in de vijf/zes maanden flessen draaien bevelen wij wel aan. Verder - het allerbelangrijkst! - moeten ze donker liggen, want zonlicht bevat UV-stralen en die zijn dodelijk voor wijn; de smaak wordt dan heel vlak en plat). Ten slotte wat betreft de vraag of bewaarwijn moet liggen of staan. Als de wijn is afgesloten met natuurkurk, dan kan de fles het beste liggen. Die kurk moet namelijk vochtig worden gehouden. Staat een fles rechtop, dan krimpt de kurk vanwege uitdroging. Dan kan er zuurstof bij de wijn komen, waardoor de wijn gaat oxideren en zuur wordt. Hebt u uw wijnflessen rechtop staan, geen paniek... Het duurt namelijk een hele tijd eer de kurk gaat krimpen. Wat betreft bewaarwijn met een kunststofkurk of draaidop. Die kunt u beter rechtop staand bewaren. Op dit moment heeft SMAAK VAN PUGLIA vrijwel alleen wijnen in het assortiment met een ‘echte’ kurk. De magnumformaten hebben een draaidop.


 SMAAK VAN PUGLIA heeft producten van: