Regio Puglia



DE "HAK VAN DE LAARS"


In het zuiden van Italië, in de zogenaamde ‘hak van de Italiaanse laars’, vind je Puglia (in het Nederlands ook wel Apulië genoemd), met grote steden als Bari, Brindisi, Lecce, Foggia en Taranto. Onderstaand kun je in het kort iets lezen over deze schitterende zuidelijke provincie.


Geschiedenis
Puglia ‘even’ bezoeken, is er niet bij; de Italiaanse hak bevindt zich ver weg, op ongeveer 2.150 kilometer van Woerden (vestigingsplaats van SMAAK VAN PUGLIA). Je moet bovendien in de zomer wel tegen de - soms extreem - hoge temperatuur kunnen. Wat de Zuid-Italianen doen: eerst uitgebreid warm lunchen, vaak - inderdaad - vergezeld van een wijntje en dan daarna, op het heetst van de dag, luieren, binnen of in de schaduw. Vanaf een uur of vier ‘s middags komt het leven pas weer op gang.

Voordat de Romeinen in 300 voor Christus in Puglia aankwamen, hadden de Grieken zich er gevestigd. Helaas is van deze beschaving niet veel meer terug te vinden. Wel vind je nog veel kerken met Byzantijnse (zesde eeuw na Christus) en Arabische invloeden. Na de Noormannen (de reden waarom je af en toe blonde ‘Pugliesi’ tegenkomt) bloeide Puglia in de twaalfde eeuw op. De Renaissance heeft Puglia daarna niet echt bereikt, maar de stad Lecce wordt wel het ‘Barokke Florence’ genoemd - veel zandkleurige gebouwen met een overdadige stijl uit de zeventiende eeuw.

In de Romeinse tijd was de regio zeer belangrijk: de bekende Via Appia die in Rome begint, eindigt bij de ‘Colonna Romana’ in de havenstad Brindisi, waarvandaan - en vanuit de stad Bari - schepen naar Griekenland en Afrika vertrokken. Puglia is (nog) relatief onbekend en daarom wellicht onbemind. Het is een ongerepte streek; daar waar de buitenlanders ‘de hak’ stukje bij beetje gaan ontdekken, hebben de Italianen dat al lang en breed gedaan: in de zomer gaan veel Italianen uit het noorden naar de het mooie, witte strand en de kalme, strakblauwe zee in het zuiden.


Puglia is vooral een vlakke regio, die zich uitstrekt van het schiereiland Gargano (licht bergachtig) langs de Adriatische kust tot aan het uiterste zuidelijke puntje van de hak, de ‘Capo Santa Maria di Leuca’. Hoewel de toeristische attracties van deze Zuid-Italiaanse regio niet zo beroemd zijn als die van bijvoorbeeld Toscane en Umbrië heeft Puglia wel degelijk veel te bieden - bovendien is er sprake van betrekkelijke rust en lagere prijzen. De streek is verder zeer vruchtbaar. Puglia levert in heel Italië pasta, olijfolie, citrusvruchten en - inderdaad - geweldige wijn, overheerlijke, door de overdaad aan zon. Vrij stevige rode wijn en witte wijn en rosé met ‘een bittertje’, die aan populariteit winnen binnen en buiten Italië. De reden ook dat SMAAK VAN PUGLIA heeft gekozen om deze wijn in Nederland te promoten.

Vandaag de dag is de gemiddelde consument bekend met veel meer wijnen uit Italië dan alleen de Bardolino, de Lambrusco en de Chianti. Dit is vooral te danken aan de belangstelling waarin de Italiaanse keuken zich mag verheugen. Dit wil overigens absoluut niet zeggen dat Italiaanse wijn alleen bij de eigen keuken past. Juist de grote smaakvariatie combineert Italiaanse wijn optimaal met gerechten uit andere landen. Italiaanse wijnhuizen zijn ook met hun tijd meegegaan - ze weten dat de consument zoekt naar kwaliteit én afwisseling - en hebben de oude methoden vervangen door geavanceerde technieken op het gebied van oenologie (vinificatiemethoden, druivenselectie, et cetera). Bovendien heeft Italië sinds 1992 de Italiaanse wijnwet Wet 164; de autoriteiten houden streng toezicht op het naleven van de regels. Dit resulteert in een continue kwaliteit van Italiaanse wijn.


Toeristische trekpleisters
Puglia is voor veel Italianen vooral synoniem aan de ‘trulli’: opvallende, witgekalkte huisjes met een rond, conisch dakje, gemaakt van natuurstenen grijze dakpannen. Je vindt ze in prachtige, soms bijna ‘Griekse’ stadjes als Alberobello, Martina Franca en Locorotonto.

De stad Ostuni is voor velen de mooiste van Puglia. Je vindt het tussen Bari en Brindisi, tussen de olijfboomgaarden en een paar heuvels en je waant je er in een Arabische kashba. De kubusvormige witte huisjes liggen opeengepakt tussen een paar heuvels en in de smalle steegjes is het genieten.

De Golf van Taranto (tussen de ‘hak’ en de ‘voet’) is zeer rustgevend, met uitzondering van het redelijk toeristische, mooie havenstadje Gallipoli. De bijna 400 kilometer lange Adriatische kust in Puglia is verder vooral interessant in het uiterste zuiden bij het stadje Otranto en in het noorden bij Gargano. Net als in het zuidelijke Santa Maria di Leuca is het daar bezaaid met schitterende grotten en rotsen.



De beklendste grote steden in Puglia zijn Bari (de hoofdstad van de regio), Brindisi en Taranto. Stuk voor stuk hebben ze een interessante oude binnenstad, maar zijn toch vooral geïndustrialiseerde havensteden.

Bari is een universiteitsstad met veel achterafstraatjes. In deze oude, Byzantijnse stad vind je nog echt oude vrouwtjes die buiten pasta zitten te maken, typische Pugliese ‘orrecchiette’ en ‘cavatelli’.

Brindisi is nog steeds een havenstad. De meeste reizigers die naar Brindisi gaan zijn op doorreis van of naar Griekenland. Wanneer Italianen een proost uitbrengen zeggen zij ‘Brindisi’. Dat stamt nog uit de Romeinse tijd, toen met eenzelfde proost schepen een veilige vaart werd toegewenst. Bezienswaardigheden in deze grote stad (90.000 inwoners) die klein aandoet: de achttiende eeuwse kathedraal, de kerk Santa Maria del Casale uit 1310, te zien vanaf de haven, en de eerder genoemde Romeinse zuil ‘Colonna Romana’ die het einde van de Via Appia markeert.


Taranto is vooral bekend om de Tarantella-dans. Gezegd wordt dat de dans met snelle en heftige bewegingen hier in de zestiende eeuw is bedacht door mensen die door een tarantula-spin waren gebeten. Zij dachten zich te kunnen genezen van het gif door het via deze dans uit te zweten.